Solliciteren

Gepubliceerd op 23 december 2018 15:40

Na mijn 16-jarige job bij 'het varken' vond ik werk bij een boetiek.  Ik had het nou eenmaal in mijn hoofd dat ik in de kleding wilde en het lukte me.  Dat was wel even anders dan altijd met grotendeels mannelijke collega's te hebben gewerkt.  Nu werkte ik alleen met meiden.  Maar óf het gezellig was!!  We konden de grootste lol hebben met elkaar!!  Wel veel verkoopregeltjes, dat vond ik dan weer minder.  Ik had altijd het idee dat klanten meteen door hadden dat ik een verkooppraatje hield.  Dat kon ik dan ook niet, met als gevolg dat ik van bovenaf vaak op mijn vingers werd getikt.  Na 5 jaar was de koek op.  Het 1 na het andere filiaal sloot.  Ook wíj kwamen aan de beurt...

Ik had eigenlijk helemaal niet zo'n haast om daarna weer aan het werk te komen.  Het zou nooit meer zo worden als het was.  Vervelend is dat toch, dat er iedere keer maar weer een hoofdstuk van je leven wordt afgesloten, alsof het er nooit is geweest.  Met 1 collegaatje heb ik gelukkig nog contact en tegenwoordig nog 2 via Facebook.  Écht leuk!  Ik kan er soms wel eens sentimenteel van worden, waarom  er aan de leuke dingen in je leven altijd weer een einde komt.  Ik wilde altijd zó graag vasthouden waar je plezier van hebt.  Waarom moet alles toch altijd veranderen?  Kan het nou niet eens blijven zoals het is?  Ik heb het zelfs met al die nieuwe apparaten haha...  Het oude werkt toch goed?  Maar ongewild gebeurt het.  Zomaar...

Bah!  Kon ik wéér naar werk gaan zoeken...  Ik dacht vaak terug aan mijn baan bij het bedrijf van 'het varken'.  Niet dat ik er spijt van had dat ik er was weggegaan, want dat was de beslissing van dát moment.  Alleen had ik daar wel vastigheid gehad.  In die tijd was het nog een maand proeftijd en daarna meteen voor onbepaalde tijd.  Tja... of ik dát nog zou vinden?

Tóch kwam ik via het UWV weer een leukertje tegen.  Dácht ik!  Voor 2 avonden bij een sportschool achter de balie.  Ik schreef meteen een brief en werd uitgenodigd voor een gesprek, dat plaatsvond met de dochter van de baas.  Een leuke, spontane meid waarmee ik een ongedwongen gesprek had.  Ze leidde me rond langs de verschillende grote zalen, waar een grote verscheidenheid aan sporten werden beoefend.  Er was ook een sauna en een solarium.  Ik moet zeggen dat ik behoorlijk enthousiast was.  Ik had in mijn leven al verschillende sportscholen gezien, maar dit leek echt het neusje van de zalm.

Een week later kon ik beginnen.  Ik was écht verbaasd, want ik was natuurlijk niet de enige die hier gesolliciteerd had.  Ik had er in die tussentijd alweer 2 gesprekken op zitten bij andere bedrijven, waar ik om héél vreemde redenen niet werd aangenomen.  Bij het ene bedrijf vertelde de man lichtelijk beschaamd dat hij er zelf geen moeite mee had, maar dat het personeel me te 'extravagant' vond.  Huhhhh??  Had ik het goed gehoord?  Kénnen ze me dan?  Willen ze liever een collega met een bloemetjesjurk???  had ik hem verbouwereerd gevraagd.  Nou, dat type was ik nou eenmaal niet.  Ik kleed me zoals ik dat zelf wil en niet wat zíj willen...  Eigenlijk was ik achteraf blij dat hij het eerlijk gezegd had.  Wie wéét waar ik in terecht was gekomen.  Bij het andere bedrijf was ik zo trots als een aap dat ik van de ruim 60 sollicitanten, één van de laatste 2 was die overbleven.

Ik werd uitgenodigd voor een tweede gesprek.  Maar wat ik dáár als reden kreeg dat ik niet aangenomen werd, deden mijn oren écht klapperen.  Ik heb de vrouw aangekeken met ogen als schoteltjes.  'Ja,' zei ze.  'Je voldoet aan alle eisen en eigenlijk had ik in gedachten om je de plek te gunnen, maar na overleg moet ik er helaas van afzien...'  'Na overlég?  Mag ik vragen wat er dan besproken is?' vroeg ik verbaasd, terwijl ik er over nadacht wat de reden voor de afwijzing zou kunnen zijn.   Ik zag haar twijfelen en ik zág dat ze zich ongemakkelijk voelde.  'Aan míj heeft het niet gelegen hoor,' begon ze verdedigend.  'Maar dit is een bedrijf met een grote, bijbehorende fabriek en van hogeraf zijn ze bang dat je de mannen van het werk gaat houden...

Báffff...  Díe kwam aan!  'Dat ik wát??'  vroeg ik stomverbaasd en keek haar met open mond aan.  Ik zag hoe ze lachend haar schouders ophaalde.  'Ze kénnen me niet eens!!  Als er iemand serieus in haar werk is, dan ben ík het wel!  Dit is werkelijk zó ongegrond!'  'Tja, ik vind het zelf óók wat vergezocht, maar ik kan er ook niets aan doen...' Het had geen zin om er verder op in te gaan.  Het oordeel was tóch al gevallen.  Ik gaf haar een hand en liep meteen naar buiten.  Zoiets belachelijks had ik nog nooit gehoord!!  Over discriminatie gesproken...

Maar goed, bij de sportschool werd ik gelukkig wél aangenomen.  Het was een gezellige job.  Zéker als ik achter de bar kon staan.  Leuk een praatje met de bezoekers, alhoewel het maken van de verschillende drankjes nog wel even wennen was.  De dochter had me toegezegd doordat zij het érg druk had, ik in de loop van de tijd het gros van haar administratie over zou gaan nemen.  Dus al met al lekker afwisselend.  Met Kerst de boel versieren en ik leerde veel mensen kennen.  Het was wel even wennen in de avonduren van 7 tot 11, maar de tijd vloog voorbij.

Na een maand proeftijd zou ik een halfjaar contract krijgen, maar na 6 weken had ik nóg niks gehoord.  Na verschillende keren vragen, was het door drukte nóg pas 2 maanden later dat ik mijn contract kreeg.  Ze vroeg of ik het meteen wilde tekenen, omdat er toch al te veel tijd overheen was gegaan.  Maar hé, dat had niet aan míj gelegen.  Ik wilde het toch éérst op mijn gemak doorlezen.  Dus nam ik het onder protest mee naar huis.

Het bleek ook weer te mooi om waar te zijn.  Zo'n wurgcontract had ik nog nóóit gelezen. Ik kan nu natuurlijk niet meer precies vertellen wat er allemaal instond, maar ik weet nog wél dat ik véél teveel onredelijke plichten had.  En réchten?  Nada!!  Ik vond het jammer van de baan, maar dát zou ik nooit tekenen.  De volgende werkavond vroeg ik een gesprek aan en vroeg of de contractplichten niet iets versoepeld konden worden.  Na pertinente weigering, heb ik bedankt voor de eer...

Ik keek rustig wat om me heen voor een nieuwe baan, maar eerlijk gezegd had ik er gewoon even geen zin in.   Het beviel me eigenlijk wel even zo.  Tot onverwachts, na een paar maanden, mijn moeder met een advertentie kwam aanzetten.  'Vond ik in de Lekstreek,' zei ze enthousiast, terwijl ik die zelf had door moeten spitten.  Maar zoals ik al zei, ik had geen haast.  Ik was het harde werken eigenlijk een beetje beu.  Ik genoot ervan om alles wat meer op mijn gemak te kunnen doen.  De stress leek uit mijn leven verdwenen.  Ik kon lekker een eind met de hond wandelen en de dingen doen wanneer het me uitkwam.  Niet dat ik lui was.  O nee!!  Nooit geweest.  Ik kon me ook nooit voorstellen wat verveling was.  Ik vond altijd wel iets.  Zelfs toen ik nog 40 uur in de week werkte, presteerde ik het om op een zaterdag gezellig met een vriendin, samen naaimachine op tafel, een complete jas met voering klaar te krijgen.  Als ik er nu aan dénk wordt ik er al beroerd van.  Gek is dat, dat je dat op een gegeven moment spuugzat bent.  Jarenlang maakte ik kleding voor mezelf.  In de avonduren breidde ik een trui in de maand.  Pfff...  Moet er écht niet meer aan denken haha...  Een mens kan veranderen nietwaar...

Ik las de advertentie door en moest toegeven dat het niet verkeerd was.  Een dag later klom ik in de pen en postte de brief, om het meteen weer te vergeten.  Tot ik 2 weken later werd gebeld en werd uitgenodigd voor een gesprek.  My god, een groter verschil met mijn vorige baan was niet te bedenken.  Het betrof een kantoorbaan bij een veehandelaar.  De locatie was hier 10 kilometer vandaan in een woonhuis dat was omgebouwd tot kantoor.  Het hád wel iets.  Net of je gewoon op bezoek ging.  Ik had een gesprek met een kalende, sobere boekhouder.  Verrassend genoeg werd het een gezellig gesprek, maar toen ik later de deur uitliep had ik in de verste verte niet het idee dat ik er ooit nog iets van zou horen.

Maar dat pakte anders uit.  Ik werd aangenomen.  Jeetje, ik kon me nou niet echt voorstellen dat ik dít leuk zou moeten vinden.  De werktijden bevielen me wél.  Van 1 tot 5.  5 dagen in de week.  Héérlijk!  Ik kon het 's ochtends lekker rustig aan doen en deed het bijna dagelijks op de fiets.  Alleen als het erg slecht weer was, pakte ik de auto.  Dat vond ik toch óók wel weer een luxe.  10 kilometer lekker door de polder fietsen was niet écht een straf.  De eerste maanden werkte ik samen met een oudere man.  Een écht lieve man, die eigenlijk al na 2 jaar met pensioen ging, dus bleef ik alleen over met de boekhouder, die een kantoortje alleen had.  Maar al snel daarna verhuisden we naar een ander pand.  Oók een woonhuis, alleen groter, waar we samen in één ruimte kwamen te werken.

Terwijl ik daar mijn tijd doorbracht, speelde ik wel een aardig staaltje aan struisvogelpolitiek.  Ik kon me mentaal totaal niet vinden in de branche.  Koeien en kalveren die naar de slachterij moesten.  Bah!  Ik kón er gewoon niet over nadenken.  Dan had ik het waarschijnlijk al snel opgegeven.  Het idéé alleen al!  Voor mij waren het nummers op papier en dat wilde ik graag zo houden...

Wat ik nooit voor mogelijk had gehouden, was dat het erg gezellig was.  De kalende, sobere boekhouder, ontpopte zich als een gezellige vent en hoe langer de tijd vorderde des te meer lol hadden we samen.  Zo zie je maar weer.  Plus dat er genoeg kooplui in en uit liepen en op de bovenste verdieping had de dochter van mijn werkgever haar eigen beleggingsmaatschappij, waar óók regelmatig bezoek naar toe kwam.  Ze liep ook regelmatig beneden en bleek ook een leuke, gezellige meid.  Alleen de báás...  Oeiii...  dáár moest je geen ruzie mee krijgen!  Gelukkig had ik zelf niet zo héél veel met hem te maken, maar als hem iets niet beviel en hij confronteerde Frans de boekhouder...  dán galmde zijn gebrul door het gebouwtje.  Woorden als 'stommeling' en 'dan rot je maar op'  waren dan niet van de lucht.  Na het dichtklappen van de deur bleef Frans dan ook achter met een gezicht dat van woede en frustratie zo wit zag als een doek.

'Prettige vakantie meid,' wenste ik Annemarie, de dochter, om de hoek van de deur.  'Geniet ervan!!  Jullie gaan met de auto toch?'  'Jaaa... maar rustig aan hoor.  We pakken tussendoor nog een hotelletje en dan door naar het zuiden van Frankrijk...' zei ze, terwijl ze tussendoor verwoed tussen wat paparassen leek te zoeken.  'Nou, tot over 2 weken dan maar.  Doeiii!' Met een glimlach sloot ik de deur achter me, er totaal niet van bewust dat het de laatste keer was dat ik haar zou zien...

2 weken later kwam ik binnenlopen met mijn gebruikelijke 'goeiemiddag'  en zag meteen het donkere gezicht van Frans.  Ik trok mijn wenkbrauwen iets op toen hij zonder op te kijken reageerde met hetzelfde.  'Is er iets?' vroeg ik meteen, terwijl ik steeds meer het gevoel kreeg dat er niet zómaar iets aan de hand was.  'Dat kun je wel zeggen...  reageerde hij met schorre stem.  Afwachtend bleef ik hem aankijken en hield mijn adem in voor wat komen zou.  'Het is Annemarie...  Ze is verongelukt...'  Ik slikte en kon niet reageren.  Met stomheid geslagen bleef ik hem aanstaren.  'Ze waren op de terugweg naar huis, toen een auto frontaal op háár kant inreed.'  Ze was op slag dood...  Nek gebroken...'  Haar man ligt nog in het ziekenhuis...'

Ik ben zonder iets te zeggen naar mijn bureau gelopen.  Het werken ging die middag op de automatische piloot.  Het was gewoon niet te bevatten.  Ze was nog zó jong...  Een jaar of 35 hooguit...   De rouwkaart viel de volgende dag in de bus.  Met haar foto op de voorkant.  Het kostte me moeite er naar te kijken.  Precies zoals ze was.  Haar ontwapenende glimlach leek zó tot leven te komen.

Ik had hem nog nooit zo meegemaakt.  Mijn baas leek opeens een mens van vlees en bloed.   Op het moment dat ik hem een hand wilde geven, sloeg hij zijn armen om me heen.  'Meid, wat fijn dat je de moeite hebt genomen om te komen,' sprak hij geëmotioneerd.  Een trilling in zijn stem.  Geen tranen.  Het meest bizarre was, dat zijn broer een aantal jaren daarvoor óók zijn dochter door een ongeluk was verloren, die dezelfde leeftijd had...

Daarna leek het leven weer 'gewoon' verder te gaan.  Ik stond er vaak bij stil.  Het maakt niet uit wie er sterft, het leven gaat gewoon verder.  Niemand leek er meer over te praten, alsof het nooit gebeurd was.  Maar daar boven was háár etage, die nu leeg stond.  Soms hief ik mijn hoofd op naar het plafond vanaf mijn bureau en kon maar niet begrijpen dat ze daar niet meer achter haar bureau zat.

'Kit, wil jij vanmiddag afsluiten?' vroeg Frans op een middag, een week of 6 na haar dood.  'Ik moet wat eerder weg...'  'Ja tuurlijk.  Geef dan maar meteen de sleutel voor je het vergeet,' zei ik nog lachend.  Ik gooide 'm in mijn bovenste bureaulade.  Het was een uurtje nadat hij vertrokken was en ik de boel begon op te ruimen.  Ik trok mijn jas aan en keek nog even om me heen of ik niets was vergeten, waarna ik de deur achter me dichttrok.  Het weer was een stuk aangenamer dan toen ik was vertrokken en had daarom de auto gepakt.  Ik zoog de frisse herfstlucht op in mijn longen en het speet me op dat moment oprecht dat ik niet op de fiets was.  Nadat ik de sleutel in het contact had omgedraaid en de motor begon te zoeven, keek ik als in een soort automatisme nog even naar het pand waar ik net was uitgekomen en trok verbaasd mijn wenkbrauwen op toen ik op de bovenverdieping de ramen open zag staan.  'Hoe kan dat nou...'  mompelde ik in mezelf.  Al die tijd was er niemand meer boven geweest sinds...

Het voelde niet prettig, dat ik haar heiligdom zou moeten betreden, maar ik voelde me verantwoordelijk.  Ik zou die ramen moeten sluiten.  Bah!  Waarom gebeurde zoiets nou net als ik alleen was...  Nadat ik de voordeur weer had geopend, liep ik regelrecht de trap op en voelde een vreemde, zware trilling.  Ik bleef stokstijf stilstaan.  Het verschil met beneden was gewoon tastbaar.  Elke traptrede hoger leek de atmosfeer zwaarder te worden.  Lag dat nou aan mezelf?  Mijn hart klopte in mijn keel toen ik eenmaal bovenaan de trap stond.  Een ijzig koude wind kwam me tegemoet...  Overal waar maar mogelijk was stonden de ramen wagenwijd open.  Zelfs de deur naar het balkon stond open.  Gordijnen wapperden naar binnen en ik vóelde iemands aanwezigheid.  'Hallo?' riep ik nog, maar er kón gewoon niemand zijn.  Ik haastte me naar de deur en sloot deze af, waarna ik doorliep naar haar kantoor, waar ik de 3 ramen sloot.  Ik draaide me om en wilde zo snel mogelijk weg.  Het voelde hier niet écht prettig.  Maar op het moment dat ik me omdraaide, staarde ik rechtstreeks naar een grote foto van haar.  Ik had niet eens geweten dat ie daar hing, maar ik stond als aan de grond genageld.  Haar ogen leken zich in de mijne te boren.  De koude rillingen liepen over mijn rug.  Ik wilde alleen nog maar weg!  Dit voelde zóóó...

De volgende dag meteen bij binnenkomst vroeg ik Frans met een hoofdknik naar het plafond:  'Komt er nog wel eens iemand boven?'  Hij keek me bevreemd aan toen hij antwoordde:  'Nee, niet sinds...'  'Toen ik gisteren al in de auto zat ben ik teruggegaan.  Boven stonden álle ramen open...'  Ik wist meteen dat ie hetzelfde dacht als ik, want zijn gezicht werd lijkbleek.

Ook hier werkte ik 5 jaar, toen de stekker er voor mij werd uitgetrokken bij gebrek aan werk.  Jaren later kwam me bij toeval ter ore, dat Frans' oudste zoon verongelukt was bij het kitesurfen.  Een rukwind had hem meegenomen en kwam met zijn hoofd terecht op de trekhaak van een auto...  Ik zal zijn woorden nooit vergeten toen ik hem later een keer opzocht:  'Het is maar goed dat je je ontslag hebt gekregen...????

Twee jaar later verongelukte de neef van de baas...  Ook zo'n midden 30.  Hij was de paardenhandelaar die ons de Welch Gonzo met veulen Roxy bracht.  Doodgetrapt bij het inladen van een paard in de trailer...


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.